Deze
dikke Zomereik is te vinden op landgoed Verwolde waar meer monumentale
bomen staan. Zijn stamomtrek meet maar liefst 750 cm omtrek. Er is een
hek om de boom heen geplaatst waar regelmatig mensen deze enorme reus
bewonderen. Al vele malen is de eik het doelwit van dichtenaars en
tekenaars.
Deze kant werd erg zwaar bemest en dat is duidelijk te zien aan de
takken. Daar is het wortelstelsel zeer ernstig beschadigd.
Het
heeft niet veel gescheeld of de woudreus
was het in het jaar 1767 omgezaagd, omdat er twee molenassen uit de
stam konden worden gehaald. Gelukkig zijn de toenmalige
landgoedeigenaren niet ingegaan op het bod van een plaatselijke
molenaar. Hij bood fl. 275,00 (voor die tijd een formidabel bedrag).
Inmiddels gaat het niet
zo goed met deze eik. De
bladbezetting is minimaal en enkele grote takken zijn afgebroken...
Gelukkig wordt er moeite gedaan om deze één-der-oudste bomen van
nederland te behouden.
Annie M. G. Schmidt heeft er ook een liedje over gemaakt:
Tekst:
Ik heb een tante en een oom, die zitten in een eikenboom, een eikenboom
in Laren.
Ze hebben zelf van eikenhout daar in die boom een huis gebouwd, ze
wonen er al jaren.
Daar slapen ze dan, daar eten ze dan, 't is er gezellig, daar niet van,
zo vrij aan alle kanten.
Ze hebben geen buren met radio, mijn tante vindt het maar zozo, "'t is
zo hoog", zegt tante.
Ze is nooit echt op haar gemak, de kinderwagen hangt aan een tak en dat
is wel bezwaarlijk.
Ze zegt ook telkens tegen oom: "k Woon liever in een lagere boom, hier
is 't me te gevaarlijk."
Maar dan zegt oom: "Och kom, och kom, een lage boom, welnee,
waarom? We hebben hier alle gemakken.
De kinderen willen toch ook niet weg het is nogal niet heerlijk, zeg
dat klaut'ren in die takken."
"Vind jij het net een vogelkooi, het uitzicht is toch prachtig
mooi, jij moet ook altijd vitten."
En tante zegt: Nou ja, afijn, als jij het zegt zal 't wel zo zijn, dan
blijven we hier maar zitten."
Dus woont mijn tante met mijn oom nog steeds daar in die eikenboom, ze
zijn er erg tevreden.
Mijn oom haalt brood en komt weer thuis de kinderen klauteren rond het
huis, nooit valt er een naar beneden.
Tekstschrijver: Annie M.G. Schmidt
Componist: Paul Christiaan van de Westering